|
|
Bij het plannen van het imkers werk op lange termijn biedt een
enkel zuiver ras dus veel meer mogelijkheden.
Slovenie ligt op het
natuurlijke kruispunt van verschillende klimaten: alpenklimaat, panonse klimaat,
mediterraanse klimaat en dinarische-karst klimaat.
Dit is het enige land waar op een zo'n klein gebied
VIER ECOTYPEN VAN DE KRAINER BIJ - CARNICA
te vinden zijn (het alpenecotype in het noordwesten, het mediterraanse ecotype dichtbij de Adriatische zee, het dinaarse-karstecotype in het zuidoosten en het panonsecotype in het noordoosten van Slovenie).
Sinds 1984 is het telen van moederbijen opnieuw bevorderd. Dankzij de permanente
controle van het Ministerie van Landbouw te Slovenie (Ministrstvo za kmetijstvo) kunnen we
vandaag de dag op grond van de kwaliteiten zeggen, dat de carnica moederbijen hoog geprezen zijn.
De raszuiverheid van het ras carnica bij is gegarandeerd door het landelijke
selectiebureau voor de carnica bij (Dravni
urad za izbor kranjice). Dit eist van de moederbijtelers dat ze alle broedsels van de
moederbijen vernietigen die niet aan de ecotypen
APIS MELLIFERA CARNICA
voldoen.
Algemene kenmerken van de carnica bij
De carnica bij is bijna zo groot als de bekende
zwarte bij uit West-Europa, maar haar lijf is wat langwerpiger (slanker). Op het harige
lijf heeft ze een soort grijze ringetjes waardoor ze de naam de grijze bij (BUCELA SIVKA) kreeg. Haar lijf is wat donkerder, maar
vaak kunnen we ook lichtere of bruine ringetjes of lichtere puntjes aan de onderste kant
van de bij (bij de buik) vinden. Maar er zijn ook andere kenmerken waaraan we deze bijen
kunnen herkennen, bijvoorbeeld de tong, tussen 6,5 en 6,7 mm lang; (interessant voor de
witte klaver) heel grote kubietale index en heel korte haartjes.
Met behulp van deze kenmerken kunnen we het verschil heel makkelijk herkennen.
Gedrag:
Ze kan zich uitstekend aanpassen aan alle omstandigheden van het klimaat en aan alle aardrijkskundige reliefs.
De carnica
bij is niet
agressief zoals de kaukasische bij is en dat is heel belangrijk omdat ze
in grote plaatsen en zelfs in steden kan worden geteeld.
Ze heeft een uitstekend instinct voor orientatie en een grote
bekwaamheid tot vliegen wat zeer belangrijk is in bergachtig gebied.
Werkbijen leven 4 tot 9
dagen langer dan werkbijen bij andere bijenrassen.
Ze bedekt de honingraat uitstekend, ze heeft namelijk het
gevoel voor reinheid (een uitstekende bij om de raathoning te houden), ze propoliseert
niet.
Ze heeft geen
roofinstinct.
Ze is immuun tegen Nosema apis en diarree.
Ze kan overwinteren bij
lage temperaturen en op 50 % van de boshoningdauw zonder
welke ziekte dan ook. Ze kan ook tot 150 dagen in de korf blijven zonder dat ze in de
wintermaanden eruit zou vliegen.
Ze overwintert met weinig
familie, maar in de lente en in de zomer bereikt ze dezelfde hoeveelheid bijen als haar zusters van de andere
rassen.
Deze bij heeft het minste
voedsel (van alle bekende Europese rassen) nodig in de wintermaanden (twee keer minder dan
de italiaanse bij en zes keer minder dan de hybridische bij
van de broer Adam (Buckfast 72 kg)).
Ze is heel vroeg, ze
ontwikkelt zich heel snel in de lente. We noemen haar ook de bij van het voorjaarse
verzamelen van de honing. Deze kwaliteit is zeer belangrijk vanwege het verschil in tijd van het honingverzamelen in het hele Europese landbouw continent. Maar deze bij
heeft een speciaal karakter. Bij haar moet men
voortdurend de woonoppervlakte vergroten of verkleinen.
-
Uit onderzoek is gebleken dat de carnica
bij onder
dezelfde werkomstandigheden zelfs tot 37 % meer honing verzamelt dan de kaukasische
bij en 18 % meer
dan de italiaanse bij.
Laatste wijziging : 04/02/2008 - Gemaakt door Louis Ivanec - " Carniolan" diffusion of Autochton Carniolan bees in EU from Slovenia,, 19 allée du Gros Chene 63910 Chignat (France)